Ontstaan

Het dorp Noordwolde bestaat al sinds de middeleeuwen, maar groeide na het voltooien van de Noordwoldervaart in 1642, zoals zovele dorpen in die tijd, door de ligging aan een kruispunt van wegen uit tot een grotere kern. In 1860 had het dorp 2870 inwoners. Na 1750 liep de vervening ten een einde, en vestigden door de Maatschappij van Weldadigheid uit de kolonie weggestuurde kolonisten zich in het dorp, waardoor de armoede sterk toenam. Zij beïnvloedden eveneens de omgangstaal door het Hollandse en het Standaardnederlands dat zij meenamen uit hun oorspronkelijke woonomgevingen.

Vrouw met kind voor een plaggenhut

Rotanindustrie
De rotanindustrie gaf Noordwolde landelijke bekendheid. Deze industrie ontstond bij toeval omstreeks 1825. Een Duitse veenarbeider verbleef een tijd in het dorp. Deze man kon mandjes vlechten van in het wild groeiende wilgentenen. Hij leerde een aantal inwoners wilgenmandjes maken. De verkoop van deze mandjes leverde geld op. Al snel keken anderen hen de kunst af. In 1860 hielden al zo’n tweehonderd gezinnen zich bezig met deze huisindustrie.

Later in de 19e eeuw kreeg dominee Hindrik Edema van der Tuuk, het idee om in deze omgeving rieten stoelen te gaan maken. Hij kreeg dat idee in Amsterdam toen hij voor een winkel stond waar uit Duitsland geïmporteerde stoelen werden verkocht. De materialen waren hier voorhanden, ook werkkrachten waren er in overvloed. Talrijke kleine ondernemingen kwamen van de grond. Aan het einde van de 19e eeuw werden er in en rond Noordwolde zo’n 200.000 stoelen per jaar gemaakt, die voor het grootste gedeelte per trein werden geëxporteerd via station Peperga.

De lakker aan het werk

Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende economische crisis stokte de export van rotan en kwam deze industrie grotendeels ten einde. Het Nationaal Vlechtmuseum, dat gevestigd in de voormalige Rijksrietvlechtschool, geeft een mooi beeld van deze voor Noordwolde ooit zo belangrijke nijverheidstak.

De fluitende rietvlechter, tegenover de voormalige rotanindustrie van firma Groen, waar ooit een vaart lag